Landschappen en dierstukken van Dordtse meesters

W. van Leen, Tak met twee roodmasker-dwergpapegaaien

De collectie tekeningen en prenten die in het bezit zijn van het Dordts Patriciërshuis bestaat uit enige tientallen werken. Zij vangt aan met Aart Schouman (1710-1792) en eindigt met George Adam Schmidt (1791-1844) als het geboortejaar als richtlijn wordt genomen

Afgebeeld is een aquarel van één van de navolgers van Aert Schouman, Willem van Leen (1753-1825). Van Leen was, nadat hij onderricht had genoten in de schilderswinkel van zijn vader Jan, onder anderen leerling van de behangselschilder Joris Ponse (1723-1783). Ponse, die op zijn beurt bij Schouman in de leer was geweest, had zich in navolging van zijn leermeester op het schilderen van vogelstukken toegelegd. Van omstreeks 1773 tot 1776 verbleef Van Leen in Parijs, waar hij als schilder van bloemstillevens werkzaam was, gevolgd door nog twee verblijven daar (1788-1789 en 1808-1809). Schoumans invloed in het werk van Van Leen kan goed worden geïllustreerd met deze tekening waarop twee mannetjes roodmasker-dwergpagegaaien op een tak zijn neergestreken. Deze ongeveer 15 cm grote vogels leven in groepen van 20 tot 30 stuks op de savannen in centraal en west centraal Afrika.,

De tekening is diverse malen uitgeleend aan andere musea, laatstelijk aan het Dordrechts museum.

W. van Leen, Tak met twee roodmasker dwergpapegaaien