Van vogeltjes tot speelstenen – Hans van Rossum

Veel verschillende soorten voorwerpen van glas zijn in de voorafgaande hoofdstukken voorgesteld en toegelicht, maar toch bestaat er nog heel veel ander Romeins glaswerk dat niet onder de behandelde groepen valt te plaatsen. Die glasvormen zijn daarvoor te afwijkend of het desbetreffende glaswerk komt vrij zelden voor. Soms worden deze glasvoorwerpen voor iets heel anders gebruikt dan voor het gebruik als tafelglas of als luxe sierglaswerk.

gietertjes
Een afwijkende vorm is zeker die waarin de zogeheten ‘gietertjes’ zijn gemaakt. Ze zijn geblazen in de vorm van gestileerd weergegeven vogeltjes. Deze vogeltjes zijn zowel in het Oostelijk Middellandse Zeegebied gemaakt als in de noordwestelijke provincies. De oostelijke exemplaren zijn doorgaans wel ronder en grover gevormd dan de westelijke gietertjes die in veel gevallen rank en slank zijn uitgevoerd met lang uitgeblazen en in een punt uitlopende staart. Ze dienden als verpakking voor parfums of cosmetica. In het westen werden ze, nadat ze waren gevuld, in het vuur dicht gesmolten. Daarom is bij gevonden exemplaren vaak het snavelpuntje van het vogelkopje of het puntje van de staart afgebroken. Dit bewijst dat het flesje daadwerkelijk was gevuld en de inhoud gebruikt is. In het oosten werd de opening van het flesje niet dicht gesmolten maar op de traditionele manier afgesloten met een stopper van bijenwas of gips of afgedekt met een stukje vastgeknoopte stof. De vogeltjes werden vooral in de eerste eeuw na Chr. gemaakt, maar de wat grovere uitvoeringen uit het oosten worden gedateerd in de derde eeuw na Chr. De ranke uitgave is in grote aantallen in NoordItalië gevonden, vooral in de regio Piemonte, maar ook in Zwitserland bij Locarno. Alleen hier al zijn zesenvijftig van deze sierlijk gevormde vogeltjes gevonden, het merendeel van blauw glas gemaakt. Er is een aantal exemplaren opgegraven met nog bewaard gebleven resten van de inhoud, een rood gekleurd of een wit poeder. In Herculaneum, Bologna en Keulen zijn ze eveneens in graven ontdekt en zelfs Nijmegen heeft een aantal verrassende vondsten van dit type flesje opgeleverd. Hier zijn de kopjes met kleine puntige snaveltjes van de vogeltjes nog intact en is het puntje van de staart afgebroken om het flesje te openen. Er is een uitvoering in polychroom glas bekend die waarschijnlijk uit het Oostelijk Middellandse Zeegebied afkomstig is, mede omdat de vorm van het kopje verschillend is van die van de Italiaanse exemplaren en meer overeenkomt met de oosterse uitvoering van het vogeltje. De meeste gietertjes in de vorm van een gestileerde vogel zijn in effen kleuren als blauw, groen, geel en kleurloos glas gemaakt.

de modiolus
Een andere vorm die niet bij een specifieke groep thuis hoort maar toch aardig verwant lijkt aan het Romeinse tafelservies is een bekerachtige vorm die modiolus wordt genoemd. Maar het is niet zeker of bij deze vorm wel sprake is van een drinkbeker omdat de mond meestal een vrij scherp naar buiten toe gebogen rand heeft en dat maakt drinken uit deze beker uitermate moeilijk. Waarschijnlijk werd dit type als maatbeker voor vaste stoffen zoals graan of meel gebruikt. Er wordt wel een maat van 8.75 liter genoemd die voor dit type glas als inhoudsmaat zou gelden. Dit is echter twijfelachtig omdat modioli (mv.) in verschillende afmetingen voorkomen die allemaal een andere inhoudsmaat hebben. Het gebruik van de modiolus voor vloeistoffen lijkt niet voor de hand liggend. Het gieten van vloeistof met deze beker is lastig vanwege het ontbreken van iets dat lijkt op een schenktuit. In een enkel geval is de modiolus in het noordwestelijke deel van het rijk gebruikt om de as van een overledene in te bewaren en heeft ook dit type glaswerk gefungeerd als grafurn. Zo is in de plaats Cagliari op Sardinië een glazen modiolus gevonden met de crematieresten van een overledene. Deze als grafurn gebruikte maatbeker was afgedekt met een deksel van aardewerk. De modiolus bestond al langere tijd in een zilveren uitvoering voordat deze vorm in glas werd gemaakt en het glazen exemplaar is dan ook van deze voorganger geïmiteerd. In glas werd deze beker zowel in monochroom als in polychroom gekleurd glas gemaakt. Deze laatste uitvoering werd gemaakt in het noorden van Italië, het centrum voor glaswerk van het meerkleurige glas. Het is niet geheel duidelijk waar de productiecentra van de monochrome uitvoering zich hebben bevonden. In de Syrisch Palestijnse gebieden is dit type slechts incidenteel gevonden. Het zou daarom kunnen zijn dat ze in het westen werden gemaakt, maar langs de kust van de Zwarte Zee is ook een mogelijkheid. Een typische maar tegelijkertijd ook een zeer bekende en hedendaags voorkomende vorm is de trechter. Deze is van glas uiteraard kwetsbaar, maar was toch in de Romeinse tijd al een handig hulpmiddel bij het overschenken van vloeistoffen in flessen of kannen met een smalle opening.

sierraden van glas
Voor de dames waren er sieraden van glas beschikbaar, namelijk armbanden en haarringen in allerlei diameters. Ze zijn vooral afkomstig uit Egypte en bichroom of polychroom van kleur. Daarbij werden kleuren als blauw, geel zwart en oranje gebruikt. De armbanden werden vaak als set van twee gedragen, een aan iedere arm. Sommige exemplaren hebben een dusdanig kleine diameter dat daarbij toch eerder wordt gedacht aan het gebruik als haarring. De kleinste Romeinse glasvoorwerpen die ook in ons land in grote aantallen zijn gevonden zijn speelsteentjes. De komst van de Romeinen in ons land bracht voor de inheemse bewoners enorme veranderingen op velerlei terrein met zich mee. Op materieel gebied denken we daarbij allereerst aan de bouw van forten en steden, de aanleg van wegen, bruggen en kanalen en de producten van industriële ontwikkelingen zoals aardewerk en glaswerk. Maar ook in de immateriële sfeer bracht de komst van de Romeinen veel nieuwigheden, die geleidelijk ook hun intrede deden in het sociaal-maatschappelijk leven van de inheemse bevolking. Een typisch voorbeeld daarvan is de beoefening van bordspelen. Terwijl het bordspel in ons land tot dan een onbekend fenomeen was, was dit bij de Romeinen al tijden lang een geliefd tijdverdrijf, en dan met name voor volwassenen. De grote thermencomplexen in de Romeinse steden dienden niet alleen als badhuis, maar waren bij uitstek de plaats voor ontspanning en sociale contacten. Winkels, sportterreinen, horecazaken en soms zelfs een bibliotheek maakten onderdeel van het complex uit. Daar (maar ook op andere plaatsen) ontspanden vooral de mannen zich onder meer door met elkaar een bordspel te spelen. In de Romeinse tijd bestond er een aantal verschillende bordspellen. Van drie van deze spellen zijn niet alleen de namen uit historische bronnen bewaard gebleven, maar in een enkel geval zelfs ook een deel van de spelregels. De bekend gebleven bordspellen zijn: het ludus duodecim scripta (twaalf punten spel), alea later ook tabula geheten, een voorloper van het middeleeuwse trictracspel, en het ludus latrunculorum (het spel van de soldaten). latrunculi Aan dit laatste spel hebben de speelsteentjes hun naam latrunculi ontleend. Bij de genoemde spellen bestrijden steeds twee tegenstanders elkaar. Zij gebruikten de glazen speelsteentjes bij hun bordspel en misschien was dat wel het genoemde ludus duodecim cripta, een spel dat opnieuw is gemaakt en momenteel in de winkels verkrijgbaar is. Deze nieuwe uitgave is nagemaakt van het spel zoals dit door de Romeinen werd gespeeld en waarvan diverse borden zijn teruggevonden. Bijvoorbeeld in de stad Timgad in Algerije waar het in een stoep uit de Romeinse periode was gekerfd. De Romeinse glasblazers maakten dus ook glaswerk dat voor ontspanning diende. Een ongebruikelijke glasvorm is een scheplepel van glas met een steel waarvan het eind bekroond wordt met de kop van een cobraslang. Opnieuw is hierbij sprake van een vorm die is geïmiteerd van de bronzen uitvoering die meestal veel langer was. In het Latijn wordt deze lepel een simpulum genoemd. In bronzen uitvoering zijn ze veel gevonden maar glazen exemplaren zijn uitermate zeldzaam. De scheplepels werden in de eerste eeuw na Chr. gemaakt. In de Romeinse stad Pompeï of omgeving schijnt een werkplaats geweest te zijn die deze lepels zou hebben gemaakt. Er is daar een aantal scheplepels onder de lava van de Vesuvius gevonden. Dit handige stukje keukengereedschap werd waarschijnlijk gebruikt om wijn uit een vat of pot te scheppen. Een opvallende glasvorm is ook de zogeheten askos, een Griekse naam voor een van aardewerk gemaakte en vergelijkbaar gevormde schenkfles. De naam wordt ook gebruikt voor de glazen uitvoering. De vorm doet denken aan een gestileerde uitvoering van een watervogel en werd waarschijnlijk gebruikt om gedoseerde hoeveelheden vloeistoffen te kunnen schenken. Deze glazen schenkflessen komen zelden voor en dat ze soms nog zelfs geheel intact gevonden zijn is bijzonder want vooral de wijze waarop de staart geblazen is maakt dat dit een fragiel onderdeel van de askos is. De guttrolf of kuttrolf is een glasvorm die voor het eerst gedurende de derde eeuw na Chr. en waarschijnlijk in Syrië is ontstaan. De vorm is afgeleid van de eerste sprenkelaars, de flesjes met een bolrond lichaam zoals die in dit gebied in een mal werden geblazen. De glasblazer in die tijd heeft duidelijk met de bestaande vorm geëxperimenteerd door de flesjes verder uit te blazen en vervolgens met een handtang vier, vijf of meerdere buisjes uit het lichaam te knijpen. Als het flesje op zijn kop wordt gehouden druppelt de vloeistof er uit. Wellicht is het gebruikt om een parfumachtige stof gedoceerd te kunnen gebruiken. Evenals bij andere glasvormen die in het Oostelijke Middellandse Zeegebied zijn ontwikkeld het geval is geweest, verschijnt ook de guttrolf op zeker moment in de westelijke gebieden van het Romeinse Rijk en in dit geval in Keulen. Daar heeft deze expressieve vorm de Keulse glasblazers duidelijk geïnspireerd bij het ontwikkelen van nieuwe en veelal zeer complexe glasvormen zoals deze uit de derde eeuw na Chr. uit het Rijnland bekend zijn. Maar niet alleen in het Rijnland waren de glasblazers geobsedeerd door deze innoverende glasvorm. Ook in Gallië hebben de glasblazers een guttrolf ontwikkeld, zij het dat dit Gallische type opvalt door de toepassing van een zeer wijde mond. Opvallend daarbij is dat de ontwikkeling en productie van de guttrolf gedurende de Romeinse tijd geheel voorbij is gegaan aan het toenmalige moederland Italië. Het model van de guttrolf is, zij het met tussenpozen en in allerlei varianten, tot zelfs in de twintigste eeuw in Noordwest-Europa geproduceerd. Van de periode tussen circa 400 en circa 1300 zijn geen voorbeelden van de karakteristieke vorm van de guttrolf bekend, maar er wordt wel over geschreven. Gedurende de veertiende en vijftiende eeuw ontstaat er een opleving van de guttrolf bij de glaswerkers in Venetië, waar hij onder de groep glasvormen valt die de naam façon de Venise draagt. Verrassend genoeg is het uiterlijk wat betreft het onderste en het middelste deel van het lichaam met de gescheiden buisjes in al die eeuwen nauwelijks gewijzigd in vergelijking met de voorbeelden uit de derde eeuw na Chr. De guttrolf vertoont doorgaans steeds weer die kenmerkende halfronde basis en ook zijn er meestal vijf buisjes uitgeknepen. Alleen de bovenzijde met hals en mond is vaak anders gevormd. Ooit dus ontwikkeld in de Romeinse tijd in Syrië heeft deze typische vorm glasblazers door de eeuwen heen weten te fascineren. Als laatste afwijkende vorm geldt de zogeheten guttus. Het is onbekend waar dit glas voor heeft gediend. Het bestaat uit een bolrond gevormd lichaam, een lange en gebogen hals die eindigt in een wijd uitlopende mond. Op de schouder van het lichaam is een opening, in de vorm van een ventiel, aangebracht. Het kan een glas zijn dat gebruikt werd om te distilleren, maar de vorm doet ook denken aan die van een hedendaagse kolf waarmee vacuüm melk gekolfd kan worden.


Dichtgesmolten vogeltjes

Een prachtig slank gevormd en diepblauw gekleurd vogeltje zo maar dichtsmelten. De Romeinen deden dat in de eerste eeuw na Chr. in elk geval met het grootste gemak, ze waren dan ook van glas gemaakt. Een ludieke cadeauverpakking voor een uiterst kostbare parfum of cosmetica? Wie zal het zeggen, maar ze werden in het noordwestelijk deel van het Romeinse Rijk in grote aantallen gemaakt en het was dus blijkbaar een gewild artikel. De Romeinse glasblazers hebben wel meer verrassingen voor ons in petto. Een glazen kolf met vacuüm ventiel, althans die gedachte ontstaat bij het zien van deze toch wel typische vorm. Een ander opvallend en vooral expressief glasontwerp is de guttrolf of kuttrolf. Glasblazers door de eeuwen heen zijn gefascineerd geweest door dit van oorsprong vierdeeeuwse ontwerp en tot op de dag van vandaag is de kuttrolf niet alleen voor glaskunstenaars, maar ook voor glasfabrikanten van flessen voor spiritualiën nog steeds een bron van inspiratie. Romeins glaswerk, het zou in onze winkels anno 2018 geen gek figuur slaan.