schalen en kommen – Hans van Rossum

Schalen en kommen in diverse uitvoeringen, afmetingen en kleuren behoorden tot de vroegste glasvormen van de Romeinse glasmakers. Op zich is dit niet zo verwonderlijk, want ruim voor onze jaartelling, en dus ook ruim voordat men al kon spreken van Romeins glas, werden er al volop glazen kommen en schalen gemaakt. Dat gebeurde op dat moment dan nog wel volgens de zak- en perstechnieken. Na de ontdekking van het vrij kunnen blazen van glas namen die technieken snel in gebruik af om uiteindelijk geheel te verdwijnen. Dit was het logisch gevolg van het feit dat het blazen van glas veel efficiënter was. Bovendien was er bij het vrij blazen minder glas nodig dan bij de zak- en perstechniek, en ook dat was een niet onaanzienlijk voordeel. Kort nadat de metalen blaaspijp was uitgevonden en in gebruik genomen bestond nog niet de kennis van de pontil techniek. De glasblazer was daardoor nog niet in staat om het geblazen glas ‘over te nemen’ om zodoende de rand af te kunnen werken. In dit gegeven ligt de verklaring dat dit bij de vroege schalen en kommen ook inderdaad niet werd gedaan. De rand werd toen nog gewoon ‘afgebroken’ van de blaaspijp, waarna de glasblazer deze eventueel kon schuren of polijsten. Op zeker moment heeft men ontdekt dat als er een tweede stukje glas werd gebruik en dat aan de onderzijde van de schaal of kom werd gehecht met de pontil, de schaal of kom na het afbreken van de blaaspijp weer in het vuur kon worden verhit. Daarna kon dan vervolgens de rand worden afgewerkt.

imiteren
Opvallend bij de vroege glazen kommen is dat deze in veel gevallen werden geïmiteerd van op dat moment gangbare, en dus bekende vormen in zilver, brons of aardewerk. Op zich is dat ook weer niet zo bijzonder, omdat dit beproefde vormen waren waaraan men gewend was of die men gewoon mooi vond. Het moet de toenmalige glasmakers ongetwijfeld heel wat hoofdbrekens hebben gekost voordat ze er in slaagden die vormen in glas te imiteren, want het maken van een ribkom of ribschaal in zilver vereiste een geheel andere techniek en vaardigheid als wanneer deze van glas werd gemaakt. Met behulp van de zaktechniek en speciaal gereedschap slaagden ze er in om niet alleen zogenoemde ribschalen en -kommen van verschillende typen te vervaardigen, maar ook schaaltjes volgens de millefioritechniek. Al deze modellen zouden na de eerste eeuw na Chr. niet meer gemaakt worden, omdat de productie van geblazen schalen en kommen toen efficiënter was, zoals reeds eerder is opgemerkt.

Nog een vorm waarvoor aantoonbaar een uitvoering in ander materiaal model heeft gestaan betreft de kom die acetabulum wordt genoemd. Ook deze kom werd in de eerste eeuw na Chr. op grote schaal gemaakt. Waar dit gebeurde is niet bekend, maar de acetabulum is wel door het gehele rijk heen gevonden. Aan de hand van vondsten is vastgesteld dat deze specifieke vorm in glas ontworpen is voor circa 45 na Chr. Het betreft een kom op een voet met een opvallend geprofileerde rand. Vastgesteld is dat het profiel van deze rand is overgenomen van een op dat moment al bekende vorm in zilver en aardewerk. De glazen kommen en schalen uit de eerste of tweede eeuw na Chr. als imitaties van al bestaande vormen in andere materialen zijn veelal anders gemodelleerd dan de vrij geblazen kommen die vanaf de tweede helft van de eerste eeuw na Chr. naar nieuwe ontwerpen werden gefabriceerd. In tegenstelling tot vele andere glazen voorwerpen worden schalen en kommen in de derde en vierde eeuw na Chr. ook nauwelijks meer in mallen gemaakt. Wel worden ze nog gedecoreerd, maar dat gebeurt dan meestal door een motief van glasdraad aan te brengen of door met een pincetvormige tang het glas te bewerken en stukjes glas uit te knijpen.

verschil in vorm en afmeting
Bij geblazen schalen bestaan betrekkelijk weinig verschillen tussen de modellen uit de eerste of die uit de vierde eeuw na Chr. Deze zijn door de eeuwen heen eigenlijk alleen in een platte uitvoering geblazen of als een schaal met opstaande rand gemaakt, meestal van groen glas. De basisvorm was daarbij dan rond of ovaal. Natuurlijk zijn er bij het gebruik van de glaskleur uitzonderingen: kleurloos glas voor producten uit Keulen en Alexandrië, en geel of bruinachtig glas uit Karanis in Egypte. In aantallen betreft dat echter een minderheid. Bij vooral de vroege en grote schalen uit de eerste eeuw is het opvallend dat deze doorgaans van zeer dun glas werden gemaakt. Er zijn voorbeelden bekend van schalen met een diameter van meer dan 30 centimeter die zo ontzettend fragiel zijn dat een hedendaagse glasblazer zich het hoofd breekt over de wijze waarop men dat in de eerste eeuw na Chr. voor elkaar heeft gekregen. In de daaropvolgende eeuwen werden schalen in elk geval van dikker glas gemaakt. Dat gaf minder snel kans op breuk.

De Romeinse stad Colonia Agrippina – het hedendaagse Keulen – beschikte in de vroegRomeinse periode al over een bloeiende glasindustrie. Sinds het einde van de tweede eeuw na Chr. werden er in Keulen schalen en kommen gemaakt die herkenbaar zijn aan de opvallende wijze waarop deze werden gedecoreerd. De decoraties bestonden uit opgelegde glasdraadmotieven. Soms hadden deze dezelfde kleur als het glas, in andere gevallen werden de glasdraden in kleuren als blauw, geel en groen uitgevoerd. Heel bijzonder is dat in Colonia Agrippina vanaf de derde eeuw na Chr. glasgraveurs actief waren. Deze Keulse graveurs decoreerden het glaswerk met allerlei verschillende motieven zoals mythologische of Bijbelse voorstellingen en dat gebeurde op een zeer vakkundige wijze. Het mag duidelijk zijn dat deze wijze van decoreren eveneens is overgenomen van schalen en kommen die in goud, zilver of brons waren uitgevoerd. Er zijn vele prachtige voorbeelden van gegraveerde glazen exemplaren bekend. Vanaf het einde van de tweede eeuw, maar op grotere schaal gedurende de vierde eeuw na Chr. worden schaaltjes en kommen nu ook op een hogere voet geplaatst.

beïnvloeding door externe factoren
Het werk van Romeinse glaswerkers werd door de eeuwen heen sterk beïnvloed door een aantal factoren dat een grote rol heeft gespeeld bij de ontwikkeling van nieuwe glasvormen. Zo gaf de enorm toegenomen vraag naar tafelglas die ontstond nadat men in staat was glas vrij te blazen een enorme impuls aan de toenmalige glasindustrie, een duidelijk voorbeeld van technische innovatie. Maar het waren niet alleen technische innovaties waar de Romeinse glaswerkers door werden beïnvloed. Ook nieuwe trends in de vraag en in de zich wijzigende smaak en historische gebeurtenissen leidden steeds weer tot veranderingen in de vormgeving. Tijdens de regering van keizer Augustus (27 voor Chr. – 14 na Chr.) was er niet alleen een politiek systeem ontstaan dat niet langer werd beheerst door militairen, maar ook economisch gezien ging het voorspoedig. De regeringsperiode van keizer Augustus kan dan ook beschouwd worden als een historische fase die van grote invloed is geweest op de verdere ontwikkeling van de toenmalige glasindustrie. Een glazen kom of schaal werd steeds meer een gewild artikel, zeker naar mate het door de sterk toegenomen productie ook alsmaar goedkoper werd. Het was daarnaast natuurlijk een uitermate en prettig materiaal om te gebruiken in de keuken of op tafel.

Allerlei etenswaren en ook sauzen of vruchten kwamen in een glazen schaal of kom goed tot hun recht. Dit is ook vandaag de dag nog te zien op de bewaard gebleven fresco’s die de wanden van huizen in Pompei en Herculaneum sieren. Deze Romeinse steden werden in het jaar 79 na Chr. door de uitbarsting van de vulkaan Vesuvius bedolven onder de lava maar in de achttiende eeuw herontdekt. In perioden van oorlogen en algehele chaos moesten glasproducten daarentegen onder andere, en vaak veel primitievere, omstandigheden worden gemaakt. Dat had, zij het op een geheel andere wijze, eveneens invloed op de vorm en afwerking van de producten die in een dergelijke periode werden gemaakt. En natuurlijk speelden daarnaast ook smaak en mode door de eeuwen heen een belangrijke rol. Schalen en kommen waren gedurende de gehele Romeinse tijd een belangrijk en gewild onderdeel van het tafelglas. Ze werden gebruikt bij de bereiding en het opdienen van voedsel.


Romeins kookboek
Voor de Romeinen waren schalen en kommen van glas een heel belangrijk onderdeel van het in huis aanwezige glasservies. Ze dienden als fruitschaal, maar ook om olijven, uien, stukjes snijbiet, kruiden en sauzen in te doen. Het is bekend dat Romeinen gek waren op saus in combinatie met vis. De vissaus noemde men garum en dat is afgeleid van het Griekse garon of garos dat vis betekent. Dat de Romeinen ook echte lekkerbekken waren weten we omdat er een kookboek uit de oudheid bewaard is gebleven, geschreven door een zekere Apicius. Hiermee werd Marcus Gavius Apicius bedoeld, een beruchte smulpaap uit de tijd van keizer Tiberius (14 – 37 na Chr.). Het kookboek, genaamd De Re Coquinaria, stamt in de vorm waarin het is overgeleverd echter uit de vierde eeuw. Om die reden wordt het ook wel toegeschreven aan een andere Apicius die bekend stond als Caelius Apicius. De kern van het kookboek gaat echter terug op een receptenverzameling van de Apicius uit de eerste eeuw. Zo staan er recepten in voor het bereiden van een komijnensaus voor oesters en schaaldieren, hoe courgettes op Alexandrijnse wijze klaar te maken of op welke manier men gezouten vlees weer mild kon maken.