Figuurstudies en genrevoorstellingen van Dordtse meesters

De collectie tekeningen en prenten die in het bezit zijn van het Dordts Patriciërshuis bestaat uit enige tientallen werken. Zij vangt aan met Aart Schouman (1710-1792) en eindigt met George Adam Schmidt (1791-1844) als het geboortejaar als richtlijn wordt genomen.

Sommige tekeningen waren bedoeld als oefeningen of als studiemateriaal, andere werden gedetailleerd uitgewerkt om als zelfstandige kunstwerken te worden verkocht aan verzamelaars.

De grote bloeiperiode van het figuurtekenen brak in Dordrecht aan met de gebroeders Abraham en Jacob van Strij. Samen met enkele andere kunstenaars richtte Abraham in 1774 het genootschap Pictura op, dat tot doel had zich te oefenen in het tekenen naar levend model en later ook het houden van kunstbeschouwingen.

Recentelijk heeft het Dordts Patriciërshuis een vroege tekening van een staande vrouw kunnen verwerven van Johannes Christianus Schotel (1787-1838) alsmede een kaarslichtscène van Michiel Versteegh (1756-1843).

Bij J.C. Schotel werd in eerste instantie het tekentalent ontwikkeld. Van grote betekenis was het lidmaatschap van Pictura in 1805. Uit deze periode zullen de ongedateerde figuurstudies naar het leven stammen, waarvan de belangrijkste zich bevinden in het prentenkabinet van het Rijksmuseum te Amsterdam en het Teylers museum te Haarlem. Als geen andere Nederlandse kunstenaar van zijn tijd weet Schotel met zijn rivier- en zeegezichten een steeds groter en internationaler publiek te boeien. In 1828 ontving hij van de prins van Oranje de opdracht om voor de Russische Tsaar twee zeestukken te schilderen.

Ook Michiel Versteegh was een prominent lid van Pictura. In het seizoen 1813/1814 werd hij benoemd tot lid van verdienste van dit genootschap. Begonnen met het vervaardigen van landschappen, schakelde hij snel over naar voorstellingen die zijn specialiteit zouden worden: scènes die door kaars- of lamplicht worden beschenen. Hiermee trad hij in de voetsporen van een illustere voorganger, zijn stadgenoot Godefridus Schalcken (1643-1706), die dit specifieke genre tot grote hoogte had weten te brengen.

Ook het werk van Versteegh werd tot in de hoogste kringen gewaardeerd; in 1815 kocht koning Willem I een schilderij van hem.

Pieter Fontijn (1773-1839) was een kunstenaar die was opgeleid in de schilderswinkel van Jan van Leen en daarna lessen volgde bij diens zoon Willem. In 1807 werd Fontijn lid van Pictura en hij is vooral bekend geworden door zijn portretten en genrescènes.

George Adam Smith (1791-1844) was een leerling van Pieter Hofman (1755-1837), een van de oprichters van Pictura. In 1806 werd Smith zelf lid van dit genootschap, waar hij in 1807 en 1810 prijzen in de wacht sleepte voor zijn tekeningen van een zittende oude man en een staand mansmodel; in 1829 volgde zijn benoeming tot secretaris van Pictura.

Naast portretten schilderde en tekende hij vooral genretaferelen, doorgaans figuren in eenvoudige interieurs als herbergen, boerderijen, schuren en hutten.