bekers en drinkglazen – Hans van Rossum

Vanaf het vroege begin van de Romeinse glaswerkindustrie maakten bekers en drinkglazen deel uit van het Romeinse tafelglas. Omdat sinds het midden van de eerste eeuw na Chr. het gewoonte werd om voorwerpen als grafgift mee te geven aan de overledene, zoals borden, schalen, drinkbekers, dolken, munten en nog allerlei andere zaken, is er veel bekend geworden over het dagelijks leven van de Romeinen. Het eet- en drinkgerei bevatte voedsel en drank voor de overledene voor zijn reis naar de onderwereld. Naar mate de Romeinse glasindustrie tot grotere bloei kwam werd ook steeds vaker gebruik gemaakt van glaswerk als grafgift, waaronder bekers en drinkglazen. De context van een graf met zijn vele bijgiften maken het meestal mogelijk tot een datering daarvan te komen. Speciaal de als grafgift meegegeven munten, die altijd voorzien waren van het jaartal waarin de muntmeesters ze geslagen hadden, vergemakkelijken de datering. Zo kunnen dus ook de als grafgift meegegeven bekers en drinkglazen beter gedateerd worden. Dit geeft dan weer een goed inzicht in de voorkeur voor vorm en decoratie van het drinkgerei in de loop van de tijd. Aan de hand van muurschilderingen en beeldhouwwerk op grafstèles is vastgesteld dat de vormen, die wij bekers en drinkglazen noemen, daadwerkelijk werden gebruikt om uit te drinken.

malgeblazen glaswerk
Prachtige voorbeelden van bewaard gebleven glaswerk, geblazen in een mal gedurende de eerste eeuw, kunnen zo vandaag de dag nog bewonderd worden. Malgeblazen tafelglas werd gemaakt tot rond het einde van de Flavische Keizerdynastie (98 na Chr.), waarna facet geslepen glaswerk in opkomst kwam. De neergang van luxe in malgeblazen glaswerk kan versneld hebben plaatsgevonden door de opkomst van een ander soort mallen, waar grote vraag naar was ontstaan. Dat waren de mallen die gebruikt werden voor het blazen van prismatische en later ook de cilindrische flessen. In die tijd begon er in het westelijk deel van het Romeinse Rijk een vorm van massaproductie te ontstaan en dat beïnvloedde ongetwijfeld de waarde van het luxe in malgeblazen glas. Dat gegeven zou de reden kunnen zijn geweest voor de neergang van deze luxe branchetak. In het Oostelijk Middellandse Zeegebied speelde dit alles nauwelijks een rol van betekenis en daar kon dan ook de productie van luxe malgeblazen glasproducten blijven voortbestaan. Een heel andere vorm van een drinkglas uit het tweede en derde kwart van de eerste eeuw na Chr. betreft de in vakjargon genoemde zarte Rippenschale. De hoogte van deze kommetjes varieert tussen de vijf en zesenhalve centimeter en de diameter tussen de acht en de tienenhalve centimeter. Het kommetje werd waarschijnlijk zowel in een mal als vrij geblazen en is daarbij voorzien van verticale ribbetjes. In veel gevallen volgen de zo gevormde ribben aan de bovenzijde een halfgebogen lijn waardoor telkens tussen twee ribben een verdiept profiel ontstaat, dat aan de bovenzijde is afgerond. In een aantal gevallen werd dit type drinkkom nog extra gedecoreerd met behulp van dun opaak witte of opaak blauwe glasdraad. De rand van deze kommen werd niet afgewerkt, maar na het blazen van de kommen gewoon afgebroken van de blaaspijp. Het is niet helemaal zeker waar deze typisch gevormde kommetjes voor hebben gediend. Tot op heden neemt het merendeel van de archeologische wetenschappers aan dat deze kommen als drinkglazen zijn gebruikt. Toch blijft natuurlijk de vraag of de scherpe rand geen problemen gaf bij het drinken uit dit glas.

vrij geblazen glas
Aan het einde van de eerste eeuw na Chr. ontstond er een duidelijke verschuiving van het blazen in een mal naar het vrij blazen van glas. Nu de glasblazer de beschikking had over de metalen blaaspijp nam daarmee ook de productie van vrij geblazen glas enorm toe, zowel in aantallen als in nieuwe vormen. Dat gold ook voor bekers en drinkglazen. Veel gereedschap had de glasblazer daarbij niet nodig. Naast een blaaspijp gebruikte hij slechts een paar tangen met een verschillende bekwijdte, een platte houten peddel, en wat eenvoudig gereedschap om de basis van het glas te vormen of de vorm verder bij te werken en eventueel te decoreren. En natuurlijk had hij een schaar nodig om het glas los te knippen van de blaaspijp. Van belang was dat de blaaspijp zelf constant werd rondgedraaid en in beweging bleef. De natuurlijke centrifugale kracht deed dan het cruciale werk. Daarnaast werd er door de glasblazer vooral bij het vroeg geblazen glas gebruik gemaakt van de vertrouwde roterende schijf. Daarmee kon hij bijvoorbeeld een beker aan de buitenzijde voorzien van horizontale groeven. Deze groeven werden dan op regelmatige afstand en in afwisselende series van smal en breed in het glas geslepen. Dit type beker werd gemaakt in zowel een hoge als in een lage uitvoering in productiecentra die zich in Italië en de noordwestelijke provincies van het rijk bevonden. De wand van de beker kan recht zijn, maar ook cilindrisch of conisch gevormd. Incidenteel werd dit model voorzien van twee greepjes. Deze laatste bekervorm kent ook voorgangers die uitgevoerd waren in aardewerk en is daarvan nagebootst. Alle bekers en drinkglazen die waren voorzien van groeven hebben bovendien een mondrand die glad geschuurd en gepolijst is.

ontstaan van nieuwe vormen
Zoals eerder is gesteld waren er verschillende factoren die een rol speelden bij het ontstaan van nieuwe glasvormen. Dat konden historische gebeurtenissen zijn, maar ook technische innovaties en tijdgebonden zaken als smaak en mode. Na een periode van onrust of epidemieën ontstond er altijd weer een periode van bloei binnen het toenmalige rijk en die bracht dan weer onherroepelijk vooruitgang en vernieuwing. Dat wordt een historische gebeurtenis genoemd en deze kon betrekking hebben op een groot deel van het Romeinse Rijk, maar ook op kleinere gebieden daar binnen. Dat zijn dan veelal tevens de tijden waarbinnen stilistische innovaties plaatsvinden en dit geldt zeker voor het glaswerk. Niet alle glasvormen werden per definitie door het gehele rijk heen gemaakt. Nieuwe glasvormen konden geïmiteerd zijn van bestaande regionale en traditionele vormen in aardewerk of zilver, maar ook een regionaal verschillend gevoel voor smaak kon daarbij een rol spelen. Vormen en decoratie waren dus nogal eens regiogebonden. Ook bij bekers en drinkglazen bestaan er specifieke modellen die kenmerkend zijn voor de productie in een bepaald gebied. Zo kennen we een drinkglas waarbij het lichaam net als bij een gesteven petticoat rok naar beneden toe wijd uitloopt en daarom een petticoatvorm wordt genoemd. De productie hiervan heeft op Cyprus plaatsgevonden.

Andere vormen werden alleen in het Noordwestelijk deel van het Romeinse Rijk gemaakt en weer andere modellen alleen in Egypte. De eerder genoemde zarte Rippenschale werd bijvoorbeeld alleen in het westelijk deel van het Romeinse Rijk gemaakt. Centra hiervan bevonden zich in Noord-Italië, het zuiden van Zwitserland en in Dalmatië. Dit type drinkglas is via de bestaande handelsroutes door het gehele rijk heen verhandeld en gebruikt, getuige de vondsten in bijvoorbeeld Spanje, de gebieden rond de Zwarte Zee. op Cyprus en ook in Nederland. In de militaire versterking in Velsen zijn vierenvijftig fragmenten gevonden van zesentwintig verschillende exemplaren, waarmee Velsen tot de belangrijkste vindplaatsen in Europa behoort. Voorts is deze vorm in ons land vastgesteld in Heerlen, Nijmegen, Vechten en Valkenburg. Opvallend genoeg werd de zarte Rippenschale eigenlijk altijd op een zelfde wijze gemaakt. De kom is daadwerkelijk een vroege vorm, want de productie hiervan is waarschijnlijk nog voor het eind van de regering van Keizer Augustus begonnen, dus voor het jaar 14 na Chr. Het hoogtepunt van de productie heeft gelegen in het tweede kwart van de eerste eeuw na Chr. In het derde kwart van deze eeuw zou de productie gestaag zijn afgenomen om rond het jaar 75 na Chr. geheel te zijn gestaakt. Er bestaan bekers die aan de onderzijde een rond gevormde uitstulping naar buiten toe vertonen en er zijn bekers met rondom op regelmatige afstand aangebrachte verticale indrukkingen. Deze worden deukbekers genoemd en bestaan zo wel in een korte en gedrongen, als in een hoge en elegante vorm. Bijna altijd hebben deukbekers een voet die dan een rond gevormd is. Maar er zijn exemplaren, zij het veel zeldzamer, die uitgevoerd zijn met een vierkante voet. De indrukkingen waren niet zo zeer decoratief als wel functioneel, want de grip op de beker werd daardoor steviger.

de invloed van de mode op het ontwerp
Een duidelijk voorbeeld van de invloed die mode kon hebben op de ontwerpen van de diverse glaswerkplaatsen heeft betrekking op de in Keulen vervaardigde slangendraadbekers. In deze stad werd in de tweede en derde eeuw glaswerk, waaronder drinkglazen, gemaakt van kleurloos glas dat werd voorzien van het zogeheten ‘slangendraad’ motief. Dit motief is waarschijnlijk voor het eerst, en gedurende de tweede eeuw, in Syrië toegepast. Daar werd het vooral in neutrale kleuren, en als decoratie op glaswerk aangebracht. Deze nieuwe wijze van decoreren mag een stilistische innovatie worden genoemd. Het heeft waarschijnlijk al snel aan het eind van de tweede eeuw via Massalia (het huidige Marseille) en de Rhône vallei Keulen bereikt. Daar hebben glasblazers het motief overgenomen en toegepast op hun producten, om er later een eigen kleurrijke invulling aan te geven. Vanaf de tweede helft van de tweede en gedurende de derde eeuw na Chr. werd in Keulen dit slangendraadmotief namelijk uitgevoerd in witte, gele en blauwe glasdraad. Deze kleurige decoratie moet, mede omdat het werd aangebracht op kleurloos glas, een enorme aantrekkingskracht hebben gehad. Technisch was het een absoluut complexe vorm van decoreren, want de glasdraden moesten binnen de zeer korte tijd dat het glas van de beker zelf nog heet was in een aantal grillig gevormde motieven worden aangebracht. De glasdraden werden dan veelal ook nog met een mes, en op regelmatige afstand, ingekerfd. Dat alles moest binnen enkele minuten gebeuren omdat het glas anders al te hard was geworden. Opnieuw verhitten was geen optie, want in dat geval zou de glasdraaddecoratie gaan vloeien en een geheel gaan vormen met het oppervlak. Het decoreren van glasobjecten met slangendraadmotief was een uitermate specialistisch werk, dat hoog vakmanschap vereiste. Het is niet ondenkbaar dat slechts een enkel glasatelier zich in Keulen bezig heeft gehouden met deze moeilijke techniek van decoreren. Dat de producten van deze werkplaats bijzonder gewild moeten zijn geweest staat wel vast.

verschillende decoraties
Net als bij de schalen en kommen het geval was, werden ook bij bekers en drinkglazen gedurende de vierde eeuw na Chr. decoraties aangebracht door stukjes glas met een pincetvormige tang uit te knijpen. Een andere manier om ze te decoreren bestond uit het werken met opgelegd en gekleurd glasdraad. Deze wijze van decoreren was eveneens vooral in de vierde eeuw na Chr. in trek. Met een contrasterende kleur glasdraad werd een zigzag motief op de wand van het glas aangebracht, maar ook een enkele horizontaal aangebrachte glasdraad kon als versiering volstaan. Vooral in Keulen en het Oostelijk Middellandse Zeegebied werden bekers en drinkglazen in die tijd gedecoreerd met ronde dotjes donkerblauw of donkergroen glas die willekeurig of volgens een bepaald patroon op het glas werden aangebracht om zo het object aantrekkelijker maakten. Voorts werden bekers of drinkglazen toen niet alleen slanker en hoger gemaakt, maar ook in veel gevallen op een verhoogde voet geplaatst. Zo ontstaat een aardige overeenkomst met ons hedendaagse glaswerk en de wijze waarop aan onze wijn- en champagneglazen vorm wordt gegeven. Alle hier beschreven vormen en uitvoeringen van bekers en drinkglazen hebben uiteindelijk, en via de bestaande handelsroutes of in de bepakking van de soldaten, hun eigen weg gevonden binnen het immens grote Romeinse Rijk. Ze zijn als grafgift op zeker moment meegegeven aan een overledene om hem of haar weer van nut te kunnen zijn tijdens de reis naar de andere wereld.


Het glas heffen
De Romeinen wisten wel wat drinken was. Als er een drinkgelag werd gehouden, wat nog wel eens voorkwam, dan werd er eerst een Magister Bibendi aangesteld die verantwoordelijk was voor de hoeveelheid alcohol die iedere gast kreeg toebedeeld. Het was daarom van belang dat hij de gasten kende want hij moest kunnen inschatten hoeveel alcohol zij aankonden. Tijdens het drinkfestijn werd er een plengoffer gebracht en daarbij werd wijn in een bokaal zo lang rondgedraaid tot het over de rand gutste en deels op de grond viel. Tijdens het brengen van dit plengoffer werd natuurlijk Bacchus vereerd, de god van de wijn. Een plengoffer ging veelal gepaard met het samen, en ongetwijfeld luidkeels, zingen van lofliederen. Romeinen hadden de beschikking over veel verschillende soorten wijn, zowel droog als zoet, maar ook veel wijnen die van andere vruchten dan druiven werden gemaakt. Ze bleven niet langer dan een paar jaar goed en moesten dan ook niet te lang bewaard worden. De verschillende soorten wijnen werden met kleuren als zwart, rood, wit en geel aangeduid. In Herculaneum hangt tegen de gevel van een vroegere Romeinse drinkgelegenheid nog altijd een uithangbord met daarop schenkkannen, geschilderd in verschillende kleuren met daaronder de prijzen van de desbetreffende wijn. Romeinen lengden de wijn altijd aan met water, want de wijn puur drinken werd als ongemanierd beschouwd. Bovendien voegden ze er extra ingrediënten zoals bijvoorbeeld honing aan toe om zo de smaak aan te passen.