Tentoonstellingen

Bella dalla testa ai piedi (Mooi van top tot teen) (17/3 – 23-4)

Een satijnen fuchsia tas van Angelina Jolie, een pompoentas van Julia Roberts, een paarse kikkertas van Lady Gaga, een rode schoudertas met veren van Sophia Loren en een leren tas met papagaaienveren van Gala, de vrouw van Salvador Dalì. Deze en nog veel meer tassen van grote namen zijn binnenkort te bewonderen in Het Dordts Patriciërshuis, museum aan de Maas.

 

Italië is het modeland bij uitstek; de Italiaanse stijl is wereldwijd bekend. Ook beroemdheden zijn dol op Italiaanse mode. De tentoonstelling Bella dalla testa ai piedi bevat tassen, schoenen en enige hoeden van beroemde Italiaanse ontwerpers, afkomstig uit de collectie van de Fondazione Sartirana Arte in Pavia.

 

De tentoonstelling vormt een reis door de Italiaanse modetraditie vanaf de Tweede Wereldoorlog tot heden. Na de Tweede Wereldoorlog genoten Italiaanse ontwerpers bekendheid, zoals Andrea Pfister die in Vigevano ontwierp. Zijn tassen voor beroemdheden als Raquel Welch, Nancy Reagan, Barbara Streisand, Julia Roberts, Elton John en Rudolf Nureyev kregen bekendheid in de jaren ‘80.

 

De tentoonstelling Bella dalla testa ai piedi is tot stand gekomen door de samenwerking met het Istituto Italiano di Cultura per i Paesi Bassi en zijn directeur Carmela Natalina Callea en het Comitato Dante Alighieri te Dordrecht en zijn voorzitter Luigi Barone.

 

Bekijk het online magazine

 

Aert Schouman en zijn Dordtse tijdgenoten ( 19 - 2 t/m 17 - 9)

De bekendste en meest getalenteerde kunstenaar uit de 18de eeuw was ongetwijfeld Aert Schouman (1710-1792). De uitermate veelzijdige Schouman, die zowel schilderde, tekende, etste, glazen graveerde en ook kunsthandelaar was, heeft zijn opleiding genoten bij de portret- en genreschilder Adriaen van der Burg (1693-1733). Behalve in Dordrecht is Schouman ook werkzaam geweest in Middelburg en Den Haag, naar welke plaats hij omstreeks 1753 voorgoed verhuisde.

Het Dordts Patriciërshuis bezit een portret, een dierstuk en een genrevoorstelling van Schouman. Om een zo breed mogelijk overzicht van zijn oeuvre te kunnen tonen zijn van diverse particulieren portretten, vogelstukken en grisailles in bruikleen verkregen.

In het Dordrechts museum is in bovengenoemde periode de tentoonstelling “Koninklijk paradijs, Aert Schouman en de verbeelding van de natuur” te zien.

 

Tijdgenoten van Aert Schouman

Deze kunstenaars waren allen Dordtenaren, die hun sporen in de stad en daarbuiten verdienden. Sommigen zoals Willem van Leen (1753-1825) zouden zelfs tijdens hun leven internationale faam verwerven of de aandacht van het Nederlandse hof verdienen zoals Michiel Versteegh (1756- 1843).

 

Willem van Leen, Tak met twee roodmasker-dwergpapegaaien, penseel in kleur, 359 x 241 mm

 

Deze aquarel is thans in bruikleen afgestaan aan het Dordrechts museum.

Ook de gebroeders Abraham en Jacob van Strij (1753-1826; 1756-1815) genoten aanzien en exposeerden landelijk.

Jacob van Strij, Rustend schaap bij een hek, pen in bruin, penseel in kleur, over zwart krijt, 154 x 211 mm

 

Vrijwel alle teken- en waterverftechnieken als aquarel, krijt en pen en penseel met inkt vinden we terug in de expositie. Sommige tekeningen waren bedoeld als oefeningen of als studiemateriaal, andere werden gedetailleerd uitgewerkt om als zelfstandige kunstwerken verkocht te worden aan verzamelaars. Sommige werken zoals de rivier- en zeegezichten kunnen ook als studie of opzet voor schilderijen gediend hebben.

 

Aert Schouman, Portret van Christiaen Aensorgh (1702-na 1760), doek, 87,5 x 70,5 cm

 

Na aankoop werd het schilderij gerestaureerd door Jos Deuss, terwijl Renée Velsing de originele, in hout gestoken en vergulde rococolijst opknapte.

Klik hier voor het restauratieverslag.

 

Aert Schouman, Egyptische geit, penseel in kleur, over zwart krijt, 145 x 198 mm

 

Aert Schouman, Interieur met musicerend paar en brillenverkoper aan het raam, penseel in grijs, 136 x 186 mm

 

Venice through Glass (30 april t/m 25 september)

In de tentoonstelling is de ontwikkeling die de fotograaf doormaakt sinds 2012 goed te zien. De foto's uit de beginperiode zijn vooral een weergave van de werkelijkheid. Op een zo mooi mogelijke manier legt hij vast wat hij ziet. 

Daarna laat Peters de realiteit steeds verder los. In eerste instantie door langere sluitertijden te gebruiken tijdens de schemering, waardoor gondels, water en mensen vervagen. De prachtige skyline van Venetië, die nauwelijks onderhevig is aan de invloed van tijd, krijgt hierdoor nog meer kracht. Daarnaast begint Peters te experimenteren met zwart-wit.

Zijn nieuwste werk wordt steeds minimalistischer. Door composities terug te brengen tot de essentie, subtiele kleuren te gebruiken of in zwart-wit te werken en nog langere sluitertijden tot 6 minuten toe te passen elimineert hij drukte, ruis en het leven van alledag. Peters brengt een serene rust in zijn beelden. Foto’s worden dagdromen, tijdloze ervaringen, reizen naar een werkelijkheid, die nooit heeft bestaan, totdat je je er door laat meevoeren.

Reis mee en kom naar het Dordts Patriciërshuis waar de foto’s te zien zijn. Het werk wordt ook verkocht. De fine-art-prints achter glas zijn zeer exclusief en worden in een gelimiteerde oplage van 10 stuks geprint. 

Cornelis & Hendrik Kuipers en hun Dordtse tijdgenoten (28 september t/m 18 februari 2017)

 

Leven en werk van Cornelis Kuipers

Tijdgenoten van Cornelis Kuipers

Hendrik Kuipers

Cornelis Kuipers werd op 21 juni 1739 te Dordrecht geboren als zoon van Hendrik Kuipers en Cornelia van Nispen. Zijn levensloop wordt beschreven door Dr. Richard Harmanni in het boek, dat ter gelegenheid van het eerste lustrum van het Dordts Patriciërshuis is verschenen. Het Dordts Patriciërshuis streeft ernaar om haar collectie permanent aan het publiek te tonen. Vanwege de kwetsbaarheid van het materiaal dient er hierop helaas een uitzondering te worden gemaakt voor de collectie tekeningen  en aquarellen. Het eerste lustrum van het museum leek de initiatiefnemers van het museum dan ook een mooie gelegenheid om een deel van deze collectie ten toon te stellen. Vrij recent konden twee pendantportretten van een echtpaar, getekend door Hendrik Kuipers (1764-1798) worden aangekocht. Het werk van deze oudste zoon van Cornelis Kuipers, die reeds op de jeugdige leeftijd van 34 jaar overleed, is uiterst zeldzaam.
Lees meer > Lees meer > Lees meer >

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Glassfever, hedendaagse kunst uit Venetië (30 april t/m 25 september)

 

GLASSFEVER

HEDENDAAGSE KUNST IN GLAS

 

Lange tijd was glaskunst vooral decoratieve kunst. Dat is veranderd. GlassFever laat zien hoe hedendaagse autonome kunstenaars hun ideeën vorm geven in glas.

 

Adriano Berengo is al 25 jaar een gedreven promotor van het gebruik van glas in de beeldende kunst. Hij wil de hedendaagse kunst in glas op het hoogste podium brengen, naast de schilder- en beeldhouwkunst. En tegelijkertijd een eeuwenoude traditie nieuw leven inblazen. In zijn glaswerkplaats op Murano, Venetië, werken gevestigde kunstenaars en opkomende talenten uit de hele wereld samen met de maestro's van de glasovens. 

Het Dordts Patriciërshuis toont uitbundige glassculpturen van Elvira Bach, Lucy en Jorge Orta en Ruud Schoemaker, die mooi aansluiten bij de authentieke details en decoraties in het interieur. Dit geldt evenzeer voor een werk van Klaas Gubbels, dat is te zien in de ronde Maaskamer, waar dagelijks op afspraak een high tea wordt geserveerd (reserveren is mogelijk via info@hightealicious.nl).

 

 

Naast deze kunstwerken is er hedendaags gebruiksglaswerk van Promovetro uit Murano te zien.

In het Dordrechts Museum, Huis Van Gijn  en Dordtyart is nog veel meer werk te zien van in totaal circa 60 kunstenaars. Op www.glassfever.nl kunt u alvast in de stemming komen voor een bezoek aan Dordrecht.

 

Glassfever.nl

'Een Rotterdamse ateliernalatenschap'

Deze ateliernalatenschap betreft een unieke, nimmer geëxposeerde collectie tekeningen, studies, schilderijen en decoratieve ontwerpen van de Rotterdamse kunstenaars Hauck, Bakker en Van de Laar. Door huwelijken zijn deze families aan elkaar verwant geraakt. Tussen 1776 en 1920 hebben zij vijf generaties kunstenaars, tekenleraren en decoratieschilders voortgebracht. De collectie, die meer dan 1000 tekeningen omvat, is sinds 1992 ondergebracht bij de stichting Cornelis Bakker.

Het bestuur van deze stichting bestaat onder andere uit Robert-Jan te Rijdt (Rijksmuseum), Wilma van Giersbergen (Stadsarchief Rotterdam) en Constantijn Bakker (nazaat van de schildersfamilie).

De selectie van de tentoongestelde werken is tot stand gekomen in samenspraak met kunsthistoricus Cees de Geus (Dordts Patriciërshuis).

Relatie Dordrecht - Rotterdam

Hoewel de nalatenschap Rotterdamse kunstenaars betreft, is er zeker een relatie met Dordrecht aan te wijzen. Op het culturele vlak is er al eeuwenlang sprake van uitwisseling van artistieke kennis. Kunstenaars pendelden (noodgedwongen) heen en weer tussen die steden, waar opdrachten te halen vielen, dus daar waar kunstverzamelaars en rijke opdrachtgevers woonden. Hoewel Dordrecht niet meer dan een provinciestadje was en eind achttiende eeuw een enorme economische teruggang te verwerken had, was de stad vanwege de in het verleden verworven welvaart in de eerste helft van de negentiende eeuw nog altijd een van de kapitaalkrachtigste steden in Nederland. Dit had ook zijn invloed op de kunstenaarsstand en de verzamelaars. In tegenstelling tot Rotterdam, dat nauwelijks verzamelaars had, telde Dordrecht veel, zij het kleinere, kunstverzamelaars.

De belangrijkste organisatie in Dordrecht op het gebied van de kunst was de in 1774 opgerichte genootschappelijke tekenacademie ‘Pictura’. In Rotterdam was een jaar eerder, in 1773, eenzelfde instituut van start gegaan onder de naam ‘Hierdoor tot Hooger’. De Dordtse schilder Willem van Leen schonk een door hem vervaardigd bloemenschilderij ter aankleding van de bestuurskamer van het Rotterdamse Genootschap.

Doel tentoonstelling

Het Dordts Patriciërshuis wil het publiek kennis  laten maken met de artistieke nalatenschap van Augustus Christian Hauck (1742-1801), diens leerling en schoonzoon Cornelis Bakker (1771-1849) en zijn zonen Job Augustus Bakker (1796-1876) en Aren Bakker (1806-1843). Hiermee wordt zoveel mogelijk aangesloten bij  de verzamelperiode van het museum. Om die reden is voor deze tentoonstelling gekozen voor het werk van de eerste drie generaties kunstenaars Hauck en Bakker.

Opzet tentoonstelling

Een deel van de werken van de eerste drie generaties zullen in twee tijdvakken worden getoond.

Eerste periode

Augustus Christian Hauck en Cornelis Bakker: 1775-1815

Het eerste tijdvak, van  juli 2015 tot januari 2016, zal het werk omvatten van Augustus Christian Hauck en zijn schoonzoon Cornelis Bakker. Hoewel Hauck en Bakker beiden als portretschilder bekend staan, waren zij ook op andere terreinen actief. Daardoor is het mogelijk om veel verschillende genres te tonen.

Tekening: A.C. Hauck: zelfportret

Tweede periode

De broers Job Augustus Bakker en Aren Bakker: 1815-1830

De tweede periode, van januari tot juli 2016, laat hoofdzakelijk werk zien van twee zonen van Cornelis Bakker: Job Augustus en Aren Bakker.

Job Augustus en Aren Bakker waren evenals hun vader leerling van het Rotterdamse Tekengenootschap ‘Hierdoor tot Hooger’. Ook waren zij allemaal, net als hun grootvader Hauck, leraar bij datzelfde Genootschap. Het was een avondopleiding waar jongens na hun dagelijks werk leerden tekenen voor de uitoefening van een ambachtelijk beroep. Tekenen leerde men vooral door na te tekenen. Men begon met lijnen en cirkels, vervolgens tekende men naar prent- en pleistervoorbeelden de onderdelen van het menselijk lichaam (voeten, handen, ogen), om te eindigen bij het tekenen naar gekleed levend model met als hoogste trap het tekenen naar het levend menselijk naakt, dat men pas na een jaar of zes noeste arbeid bereikte. Bovendien kreeg men les in perspectief (doorzichtkunde) en anatomie (ontleedkunde). De collectie Bakker omvat heel veel studiemateriaal dat alle facetten van het tekenonderwijs eind achttiende eeuw, begin negentiende eeuw laat zien.

Beschrijving: C:\Users\LWG\Documents\Museum\Tentoonstellingen\Hauck en Bakker\Foto's\foto's voor flyer\Foto achterkant flyer.jpg

De tentoonstelling is tot stand gekomen met steun van de volgende organisaties:

  •  Van der Mandele stichting
  •  Erasmusstichting
  •  J.E. Jurriaanse-stichting
  •  G.Ph. Verhagenstichting
  • Stichting Elise Mathilde fonds

"Het is slegts kindergoet" (1 juli 2015 – 30 juni 2016)

De titel is deels niet wat het lijkt, want een deel van het “kindergoet” blijkt voor gebruik door volwassenen gemaakt te zijn. Het zal de periode tweede helft 18e eeuw – eerste helft 19e eeuw beslaan. De bedoeling is de beschouwer, en dan vooral de kinderen, aan het denken te zetten of het nu kinderspul is, of voor volwassenen bestemd is. Het overgrote deel is afkomstig uit een particuliere collectie.

Zo zullen voorwerpen getoond worden op het gebied van thee serviezen. Het kinderserviesje, met de volwassen versie er naast. Maar ook de 18e eeuwse kleine Chinese theekopjes en schotels en trekpotjes, die ogenschijnlijk kinderserviezen zijn, maar voor volwassenen gebruik bestemd zijn. Grote Chinese vazen, met als contrast een heel klein vaasje. Een kindervaasje? Neen, een porseleinen theebusje.

Een ander voorbeeld is het diner servies. Een grote Engelse terrine, en de kinderversie daarvan. En twee kleine Chinese dekschaaltjes. Kinderservies? Neen, delicatessen schaaltjes.

Boeken, kandelaars, zilver, beurzen, beursjes, tashaken en tashaakjes, etc. Keukengerei, zoals koperen pannen, puddingvormen, etc. Portretten op normaal formaat, maar ook de miniatuurversies.

Op het gebied van muziekinstrumenten zullen getoond worden een normale tafelpiano eind 18e eeuw, een reispianootje (klein, maar voor volwassenen) en een unieke kinder-tafelpiano, een miniatuur model dat in bruikleen werd verkregen van het Fichcocks’ Musical Instrument Museum in Kent (UK). Een Franse jachthoorn en een zakformaat jachthoorn, dat een kinderhoorntje lijkt, maar toch een echte jachthoorn is. Een lange baroktrompet, en wat kinderversies, etc.

Op het gebied van strijkinstrumenten een normale viool, een kwartviool (voor kinderen), een miniatuurviool (een verzamelaars-object, dus beslist niet voor kinderen, hoewel het anders doet vermoeden).

Het ontstaan van het Koninkrijk (7 januari-31 mei)

In november 2013 is de landing van Willem I te Scheveningen nagespeeld met Huub Stapel in de hoofdrol. Maar wat ging er vooraf aan deze gebeurtenis? Filmmaker Frank Peters geeft op basis van historisch beeldmateriaal een prachtig inkijkje in deze belangrijke periode in de vaderlandse geschiedenis tussen 1780 en 1815.

Een trailer van deze film is alvast te bekijken via onderstaande link

http://youtu.be/uyzg18vNu5U

Het script is samengesteld door Joost Welten. Hij heeft in 2011 de De La Courtprijs ( een soort PC Hooftprijs voor wetenschappelijke literatuur) ontvangen voor zijn boek over de dienstplicht ten tijde van Napoleon. Volgens het VSB-fonds, dat de film heeft gefinancierd, is er “een kwalitatief zeer goede film gemaakt, die vertoning op de nationale TV zou rechtvaardigen”.

Naar aanleiding van de eerste viering van “Koningsdag nieuwe stijl” in Dordrecht is er speciale aandacht voor het jaar 1815: 200 jaar geleden werd in een vergadering van de Staten-Generaal het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden uitgeroepen. De plechtige inauguratie van koning Willem I van Oranje-Nassau werd enigszins verhaast door de onheilsberichten uit Frankrijk. Napoleon was op oorlogspad tot hij bij Waterloo definitief werd verslagen. Een belangrijke gebeurtenis die beslissend was voor de toekomst van Nederland en Europa..

Naast bovengenoemde film is er een collectie schoolplaten te zien, die het Dordts Patriciërshuis in bruikleen heeft gekregen van het Nationaal Onderwijsmuseum, dat in juni 2015 zal worden heropend. De schoolplaten zijn onderdeel van de collectie Oud Goud, het illustratie-archief van uitgeverij Wolters Noordhoff. 

 

Generaties kinderen zijn met deze illustraties opgevoed. Voor de jongere generaties is het een mooie gelegenheid om te ervaren hoe hun ouders geschiedenisles kregen. 

 

In de maanden januari en februari worden om 14.00, 15.00 en 16.00 uur gratis rondleidingen aangeboden, waarin onder andere wordt uitgelegd wat de “Franse tijd”  ons heeft gebracht.

Lees meer

Uitdeling van Rumfordse soep (t/m 31 december 2014)

Een veertiental gegoede burgers in Dordrecht richtte in december 1800 de Stichting tot Uitdeeling van Rumfordse Soep op. De economische en sociale situatie was zo slecht dat een groot deel van de bevolking zeer slecht te eten had want Frankrijk blokkeerde alle handel en contacten met overzee lagen stil. Men zou soep gaan uitdelen en de eerste uitdeling vond plaats op 1 januari 1801.

Dit was geen gewone soep, maar Rumfordse soep. Benjamin Thomson, graaf van Rumford, experimenteerde met volksvoedsel dat goedkoop, eenvoudig doch voedzaam en smakelijk was. Het resulteerde in de Rumfordse soep: een aftreksel van runderbeenderen, aangevuld met erwten en gort, soms ook met rijst en spek.
Dordrecht was één van de eerste steden in Nederland die in deze tijd een Rumfordse soepkokerij begon. Rumford verschafte gelden voor de soepdagen van het Diakonaal Aandachtscentrum. Het werd gevestigd in het Oude Vrouwenhuis aan het Begijnhof. Gegoede burgers kochten er kaartjes en deelden die uit aan armen en behoeftigen, die daarmee vier keer per week soep konden afhalen. De Rumfordse soepkokerij was een uitkomst voor de allerarmsten en de kwaliteit van de soep was altijd goed.

Foto: C.F. Bendorp: Kinderen met gebroken soepkan bij poortje op het Bagijnhof te Dordrecht (collectie Dordts Patriciérshuis)

De stichting tot Uitdeeling van Rumfordse soep bestaat nog steeds. Uit de collectie van het Regionaal Archief Dordrecht is een aantal interessante stukken in bruikleen verkregen zoals een knipkaart voor de uitdeling van soep uit 1900, een foto van het beheerdersechtpaar uit 1870 en de menukaart van het diner ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan.

Uit de collectie van Huis van Gijn is onder andere een presenteerblad uit 1929 te zien en een lat met maatverdeling.

JE ZIET ZE VLIEGEN!

Vanaf 30 augustus 2014 organiseert het Dordts Patriciërshuis een bijzondere tentoonstelling die pracht van het Patriciërshuis combineert met de schoonheid in de natuur! Het museum heeft twee Nederlandse fotografen bereid gevonden om een selectie te maken uit hun beste werk. Lars Soerink en Luc Hoogenstein werken en werkten voor Vogelbescherming Nederland en hebben in de loop der jaren de meest fantastische foto’s van vogels gemaakt.

Met de gemiddelde telefoon kunnen mooie foto’s gemaakt worden, maar om vliegensvlugge vogels in een beeld te kunnen vangen is veel geduld en uithoudingsvermogen nodig. Hoogenstein en Soerink bezitten niet alleen het talent om hetgeen zij zien om te zetten in een foto, maar zij beschikken ook over een eindeloos engelengeduld! Een selectie van de resultaten van deze inspanningen hangen dit najaar door het hele museum heen.

De aanleiding voor deze tentoonstelling is terug te herleiden tot de periode waarin het Dordts Patriciërshuis zijn huidige vorm kreeg: het einde van de achttiende eeuw. In deze periode verscheen het eerste deel van Nederlandsche Vogelen. Cornelius Nozeman had een grote interesse in biologie en beschreef een aantal in Nederland voorkomende vogels. Wat het boek bijzonder maakt is dat er naast de beschrijvingen ook nauwkeurige gravures zijn opgenomen van de vogels. Het beschrijven, het maken van de gravures en het inkleuren ervan was een tijdrovende klus en deel twee verscheen pas nadat Nozeman was overleden. Uiteindelijk zou het vijfde en laatste deel 59 jaar na het eerste deel verschijnen.

Of vogels nu beschreven, getekend of gefotografeerd worden, geduld en uithoudingsvermogen is een noodzakelijk gegeven! Hier link naar digitale versie van Nederlandsche vogelen: http://www.kb.nl/bladerboeken/nederlandsche-vogelen

Het Dordts Patriciërshuis is zeer gelukkig dat het één van de delen in bruikleen kan krijgen van Museum Meermanno | Huis van het Boek, ’s werelds oudste boekenmuseum in Den Haag. Ook in dat museum vindt er in het najaar een grote tentoonstelling plaats. VOGELS! Duizend jaar vogels in honderden boeken. www.meermanno.nl

Uit de eigen collectie van het Dordts Patriciërshuis is een haardstuk van Cornelis Kuipers te zien alsmede een aquarel van Willem van Leen. Deze is voor het laatst in 1994 in het Rembrandthuis tentoongesteld en behoorde tot de beroemde “Unicorno-collectie”.


Cornelis Kuipers:
Schoorsteenstuk met goudfazanten

Willem van Leen:
Twee parkieten op een tak

 

 

FOTOWEDSTRIJD

Naar aanleiding van deze tentoonstelling heeft het Dordts Patriciërshuis een fotowedstrijd uitgeschreven voor hobbyfotografen.

De winnende foto’s  komen in groot formaat in het museum te hangen! De jury bestaat uit Maartje de Haan, directeur van Museum Meermanno, Loes van Harrevelt, conservator bij het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam, Luc Hoogenstein, fotograaf en Lars Soerink, fotograaf. 

OUD GOUD, de mooiste archiefschatten uit onze schoolgeschiedenis! (t/m 31 dec 2014)

De collectie Oud Goud, het illustratiearchief van Uitgeverij Wolters-Noordhoff, is als langdurig bruikleen in bezit van het Nationaal Onderwijsmuseum.

Hij bevat de nagenoeg complete collectie van honderden aquarellen en schilderijen en duizenden tekeningen die in de periode 1900–1980 zijn gemaakt voor schoolplaten, lesboeken en leesplankjes. Hij is daarom een bron van onschatbare waarde op het gebied van cultuurhistorische ontwikkelingen binnen het nationale onderwijssysteem, met werk van illustratoren en kunstenaars als Johan Isings, Cornelis Jetses, Rie Cramer, Sierk Schröder, Waldemar Post en Dirkje Kuik. Generaties kinderen hebben op school de illustraties op de schoolplaten en in de schoolboeken gezien. De Noormannen bij Dorestad, Ot en Sien en Aap noot Mies zijn slechts enkele van de namen die onlosmakelijk met de uitgever en de geschiedenis van het Nederlandse onderwijs zijn verbonden.

De aanhouding van prinses Wilhelmina aan de Goejanverwellesluis

Deze schoolplaat toont de aanhouding op 28 juni 1787 van Wilhelmina van Pruisen, de vrouw van stadhouder Willem V, door patriotten uit Gouda bij het gehucht Goejanverwellesluis. Ze was van Nijmegen – waar zij en haar man de onrust in Den Haag ontvlucht waren – op weg naar Den Haag om daar het bestuur op zich te nemen. Zij werd echter in een boerderij vastgezet en na twee nachten keerde zij onverrichter zake terug. Het incident was een belediging voor Pruisen, dat onmiddellijk met een groot leger ingreep om de orde in de Nederlandse Republiek te herstellen. Duizenden patriotten zijn daarop naar Frankrijk gevlucht.

Hollandse infanterie bij de bruggen over de Berezina

In de Franse tijd gingen in 1812 ook 25.000 jonge Nederlanders als soldaat met de Fransen mee naar Rusland, dat niet aan de handelsboycot, die Napoleon tegen Engeland had ingesteld, wilde meewerken. Het gehele Franse leger bestond uit 600.000 man, dat van de Russen uit 200.000. Op de heenweg leed het Franse leger al grote verliezen. Hoewel het  Franse leger met nog slechts 100.000 soldaten Moskou innam, liep de onderneming niet goed af. Napoleon moest Moskou weer verlaten, omdat daar voor hem niets te doen was: de tsaar en zijn legers hadden zich allang teruggetrokken. Op de terugtocht leden de Fransen weer zware verliezen. De schoolplaat toont Hollanders, die voor de Franse terugtocht bruggen over de Berezina openhouden op 28 november 1812. Ze moesten de troepen die de rivier overstaken dekking geven. Slechts 20.000 soldaten van de 600.000 soldaten overleefden de Russische veldtocht van Napoleon, waaronder 1000 Nederlanders.

Aankomst van Willem I te Scheveningen

Sinds de Russische veldtocht was het onrustig geweest in Amsterdam en Rotterdam. De Fransen waren de toestand niet meer meester. Nog voor de hele Napoleontische periode afgelopen was, kwam Willem I, de zoon van stadhouder Willem V, in Scheveningen aan land. Op de schoolplaat komt Willem I op 30 november 1813 in een versierde nettenwagen (van de vissers) het strand oprijden. Hij draagt over zijn uniform een grijze overjas, gesierd met de ster van de zwarte adelaar van Pruisen. In het midden ziet men, te paard, Jacob Pronk, een reder uit die tijd, die de komst van de prins in goede banen moest leiden. Hij verzoekt de feestelijke menigte plaats te maken voor het rijtuig. Op het witte paard rechts zit zijn zoon Arie, eveneens met een oranjesjerp om.