Uitdeling van Rumfordse soep (t/m 31 december 2014)

Een veertiental gegoede burgers in Dordrecht richtte in december 1800 de Stichting tot Uitdeeling van Rumfordse Soep op. De economische en sociale situatie was zo slecht dat een groot deel van de bevolking zeer slecht te eten had want Frankrijk blokkeerde alle handel en contacten met overzee lagen stil. Men zou soep gaan uitdelen en de eerste uitdeling vond plaats op 1 januari 1801.

Dit was geen gewone soep, maar Rumfordse soep. Benjamin Thomson, graaf van Rumford, experimenteerde met volksvoedsel dat goedkoop, eenvoudig doch voedzaam en smakelijk was. Het resulteerde in de Rumfordse soep: een aftreksel van runderbeenderen, aangevuld met erwten en gort, soms ook met rijst en spek.
Dordrecht was één van de eerste steden in Nederland die in deze tijd een Rumfordse soepkokerij begon. Rumford verschafte gelden voor de soepdagen van het Diakonaal Aandachtscentrum. Het werd gevestigd in het Oude Vrouwenhuis aan het Begijnhof. Gegoede burgers kochten er kaartjes en deelden die uit aan armen en behoeftigen, die daarmee vier keer per week soep konden afhalen. De Rumfordse soepkokerij was een uitkomst voor de allerarmsten en de kwaliteit van de soep was altijd goed.

Foto: C.F. Bendorp: Kinderen met gebroken soepkan bij poortje op het Bagijnhof te Dordrecht (collectie Dordts Patriciérshuis)

De stichting tot Uitdeeling van Rumfordse soep bestaat nog steeds. Uit de collectie van het Regionaal Archief Dordrecht is een aantal interessante stukken in bruikleen verkregen zoals een knipkaart voor de uitdeling van soep uit 1900, een foto van het beheerdersechtpaar uit 1870 en de menukaart van het diner ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan.

Uit de collectie van Huis van Gijn is onder andere een presenteerblad uit 1929 te zien en een lat met maatverdeling.